Welke terugkeerperiodes gebruiken de kaarten?
De overstromingskaarten onderscheiden scenario’s met een kleine, middelgrote en grote kans. De terugkeerperiode is een statistische maat voor de zeldzaamheid van zo’n gebeurtenis.
| Kaartscenario | Terugkeerperiode | Jaarlijkse kans |
|---|---|---|
| Kleine kans | 1.000 jaar (T1000) | 1 op 1.000 · 0,1% |
| Middelgrote kans | 100 jaar (T100) | 1 op 100 · 1% |
| Grote kans | 10 jaar (T10) | 1 op 10 · 10% |
Dit zijn kansen van de gemodelleerde scenario’s. De letter van je score is geen exacte berekening van de kans op water in jouw woonkamer.
Hoe verhouden die periodes zich tot A, B, C en D?
Score A: geen overstroming gemodelleerd binnen de onderzochte scenario’s. Dat sluit andere vormen van wateroverlast niet uit.
Score B: een kleine overstromingskans in het klimaatscenario voor 2050. Het gaat om het T1000-scenario onder dat toekomstige klimaat, niet om een voorspelling dat je woning in 2050 zal overstromen.
Score C: een kleine overstromingskans onder het huidige klimaat, op basis van het T1000-scenario.
Score D: een middelgrote overstromingskans onder het huidige klimaat, op basis van het T100-scenario. Ook locaties die al in het vaker voorkomende T10-scenario overstromen, vallen binnen deze categorie.
De P-score gaat over het perceel; de G-score over het gebouw. De meest kritieke overstromingsbron bepaalt de uiteindelijke score. Water op een laag stuk tuin betekent dus niet automatisch water in de woning.
Een terugkeerperiode is geen aftelklok
Een terugkeerperiode van 100 jaar betekent niet dat er precies één overstroming per eeuw plaatsvindt. Het betekent een kans van ongeveer 1% per jaar op een gebeurtenis van die omvang of groter. Zo’n gebeurtenis kan ook twee jaar na elkaar voorkomen.
Daarom kan je tientallen jaren zonder overstroming wonen in een gebied met een ongunstige score. Als rekenvoorbeeld: bij een constante jaarlijkse kans van 1% en onafhankelijke jaren is de kans om dertig jaar géén overstroming mee te maken ongeveer 74%. Dat is een vereenvoudigde berekening, geen individuele risicobepaling voor je woning.
Bij klimaatverandering kunnen kansen wijzigen. Bovendien zeggen deze scenario’s op zichzelf niet hoeveel water een gebouw binnenkomt of hoe groot de schade zou zijn.
Wanneer kan een detailstudie zinvol zijn?
Dat je nog nooit water in huis had, is nuttige context, maar op zichzelf geen bewijs dat de score fout is. Relevante aanwijzingen zijn bijvoorbeeld het vloerniveau, terreinhoogtes, mogelijke waterinstroom en aantoonbare beschermingsmaatregelen.
Een detailstudie van je P- en G-scores onderzoekt die kenmerken. Een erkend deskundige beoordeelt of ze aanleiding geven tot een geactualiseerde score. Het onderzoek kan ook bevestigen dat de bestaande score passend is.